Pallas 3 t/m 7 in griekse letters!!
Lijst downloaden(!)
Leren
Gegeven taal
Vertaling
ου / ουχ / ουκ
niet
εστίν
(hij) is; (hij / zij het) is; is
ό άντροπος
mens; man
ό θεος
god
ό δουλος
slaaf
τι…..
waarom?
εχει
(hij) heeft; (hij / zij het) heeft
δε / δ
en; maar
ή χώρά
land; streek
ό φοβος
angst; vrees
φερεί
(hij) draagt; (hij) brengt; (hij / zij / het) draagt; (hij / zij / het) brengt
το θηριον
wild dier; beest
προς
naar; naar(toe); tot
βαινει
(hij) gaat; (hij / zij / het) gaat
και
en; ook; zelfs
φευγει
(hij) vlucht (voor) / (hij / zij / het) vlucht (voor)
ή μαχη
gevecht; strijd
νυν
nu
εις
naar; naar binnen; tot
τουτο
dit; dat
ποιει
(hij) doet; (hij / zij / het) doet; (hij) maakt; (hij / zij / het) maakt
λαμβαινει
(hij) pakt; (hij / zij / het) pakt; (hij) neemt; (hij / zij / het) neemt
ό δεσποτης
meester; heerser
γάρ
want
ενταυτα
daar
μεγας
groot
δεινος
verschrikkelijk; geducht
πολυς
veel
φοβερος
angstaanjagend
μια
één; een; 1
ή κεφαλη
hoofd; kop
αλλα
maar
ζητει
(hij) zoekt; (hij / zij /het) zoekt
ευρισκει
(hij) vindt; (hij / zij / het) vindt; (hij / zij / het) treft aan; (hij) treft aan
μακρος
lang
επειτα
daarna
ουδεν
niets
πρωτον μεν…επειτα δε
eerst…daarna
αποκτεινει
(hij) doodt / (hij / zij / het) doodt
καλει
(hij) roept / (hij / zij het) roept
ό φιλος
vriend
νεος
nieuw; jong
ουτως
zo; op die manier
αλλος
ander
εκαστος
ieder
αυτικα
meteen; onmiddelijk
κρυπτει
(hij) verbergt / (hij / zij / het) verbergt
ή βασιλεια
koningin
μαλα
erg; zeer
ανδρειος
dapper
καλος
mooi
το δωρον
geschenk; cadeau
φιλεω
houden van
θαυμαζω
bewonderen; zich verwonderen
φιλος
geliefd
ουν
dan; nu; dus
αιτεω
(iemand) vragen (om)
εγω
ik
εθελο
willen
επιθυμεω
verlangen te; verlangen om; verlangen te/om
συ
jij; u
επι
op…af; naar
πεμπω
sturen; zenden
αει
altijd
μελλω
op het punt staan om; van plan zijn; zullen
λεγω
zeggen
ωσπερ
zoals
ήκω
komen; gekomen zijn
αυτην
haar
οτι
dat; omdat
σε
jou; je; u
σος
jouw; uw
παρεγω
verschaffen; geven
λυω
losmaken
ό ξενος
vreemdeling
κακος
slecht
το εργον
werk
δη
dan; dus
τι…?
wat?; waarom?
ενθαδε
hier (heen)
λειπω
(ver) laten
εμος
mijn
κελευω
bevelen; verzoeken; vragen
εμε
mij; me
αγω
brengen; leiden
αυτον
hem
υστερον
later
Αθηναιος
Atheens
Ό πολιτης
burger
Ή παρθενος
meisje
Εισιν
zijn {zij}
Το τεκνον
kind
Ή νησος
het eiland
Ό κινδυνος
gevaar
Δια [+ acc.]
door / wegens
Ουδεις
niemand {letterlijk: zelfs niet een.}
Οικεω
wonen
Ό αθηναιος
Athener.
Μονος
slechts / alleen maar
Αι αθηναι
Athene {de stad}
Το πλοιον
schip
Πλεω
varen
Ή λυπή
verdriet
Μετα
na {+ acc.}
Ό χρονος
tijd
Ισχυρος
sterk / krachtig
Φυλαττω
bewaken
Σωιζω
redden
Ει
als / indien
Γαμεω
trouwen (met)
Χαιρω
blij zijn
Ώδε
zo / als volgt
Μενω
blijven / wachten (op)
‘Υμεις
jullie
Ή ήμεπα
dag
Ήμεις
wij
Ειναι
(te) zijn {infinitivus}
Ή ανδρεια
moed / dapperheid
Θαυμαζω ότι
zich erover verwonderen dat
Ή θυρα
deur
Μονος
alleen
‘Αμα
tegelijk / tegelijkertijd {bijwoord}
Ακουω
horen
Καθευδω
slapen
Αιρω
optillen / oppakken
Ή θαλαττα
zee